dinsdag 18 februari 2020

De feestlocatie optuigen, vrijdag 14 februari 2020


Het lijkt wel of een volgende dag een vorige dag telkens in temperatuur overtreft. Met een buitentemperatuur van 39 graden voelt het hier binnen met 30-32 graden koel aan. Onze slaapkamer is gelukkig nog net iets koeler. Even terugtrekken, een moment om bij te komen en een verlate siësta te nemen. Om half vier waren we thuis gekomen van het schoolterrein, waar wij alles klaar hebben gezet voor het ingebruiknamefeest van de school op zaterdag, morgen dus. Vlaggen ophangen: de Guineese vlag, de JDF vlag en de Rotsbouwvlag. Helaas was er geen Hollandse vlag voorradig, maar de rode aarde, de drie Hollandse kaaskoppen en het JDFblauw zorgden voor de Hollandse driekleur. We moesten nog een kast in elkaar zetten, enkele lesmaterialen uitstallen en het geheel representatief maken. Sjoerdtje gaf de juf enkele praktische tips, passend bij het onderwerp ‘bouwen’. De scholen hier kennen niet veel materialen. Veel is voorzeggen door de juf en nazeggen door de kinderen. Er zijn kleine schoolbordjes waarop met krijt geschreven kan worden, verder heb ik nog geen materiaal kunnen ontwaren. Dus is spelen met blokken en rails helemaal nieuw voor de juf en voor de kinderen. De juf en Sjoerdtje gaan verder een les voor het knutselen voorbereiden.


Knutselen is ook nieuw voor de juf en de kinderen. Ze beginnen met het versieren van een vlinder. Gewoon met kleurtjes, streepjes en rondjes tekenen op een vlinder  om te leren hoe je een kleurpotlood kunt vasthouden. Die les gaan ze maandag aanstaande samen geven. Er is nog genoeg om af te stemmen en te ontwikkelen!
’s Avonds gingen de voorbereidingen voor het feest verder. Lamko en Vivianne druk met het bakken van de zogenaamde JDFoliebollen, inmiddels in Arnhem heel bekend. 



Niet alleen de voorbereidingen voor de JDF dag van morgen vragen veel tijd, maar ook de voorbereiding van de verloving van Cecile, de dochter van Lamko en Gerard. Ja, Arnhemmers, die Cecile die eerst in Arnhem woonde, gaat verloven!  Het is belangrijk dat de families van de toekomstige bruid en bruidegom elkaar leren kennen vóór het moment van de officiële trouwplechtigheid. Met name de familie van de bruidegom moet flink ‘over de brug’ komen om de bruid te ‘kopen’. Op dit moment is daarom een charmeoffensief gaande tussen de families waarbij de familie van de bruidegom de meeste ‘charme’ aan de dag moet leggen. En zo maken we dit fenomeen ook mee. Gisteren was alles gericht op de overheden en de autoriteiten, vandaag ook op de verloving van Cecile. Er lopen allerlei familieleden van de bruidegom over de vloer die een slaapplek moeten vinden. Soms krioelt het hier van de mensen. Dat leidt er toe dat wij af en toe heel sociaal zijn en op een ander moment ons even terug trekken. Zaterdag 22 februari is het verlovingsfeest. We zijn benieuwd!

Charmeoffensief, donderdag 13 februari 2020


Deze donderdag is een dag van “opzitten en pootjes geven”. En wel bij allerlei instanties bij de instellingen van Nzérékoré. Overigens was hier niets honds aan. Wel was het uiteraard een uitgebreid uitwisselen van beleefdheden, onafgebroken handen schudden en breed glimlachen. En waar deden wij dat zoal? Wij begonnen bij de directeur van onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, de man die in Nzérékoré namens de regering optreedt. Buiten werden wij al opgewacht door een knul die allerlei soorten cahiers wilde verkopen. De toegang van het gebouw kon arbotechnisch beter: de onderste tree was ongeveer een halve meter hoog, een hele klim om tot het landelijk onderwijs door te dringen.
Overigens een smoezelig gebouw. Via een even smoezelige, donkere gang afgesloten door een donker, stoffig gordijn, betraden  wij het kantoor van de directeur. Een rijzige man, gezeten achter een bureau waarvan geen enkel meubelmakerskenmerk te ontdekken was. Het bureau was sowieso bedekt met vele stapels onnaspeurlijke documenten, “stapeltjes” zoals mijn vader die zou noemen, maar vooral bedekt met een kleed, donker en vooral bruin, zoals alles bruin is, in het met stof bedekte Nzérékoré. En ook niet een gewoon kleedje. Een monstergroot kleed waarachter je vooral niet de benen van de directeur moest kunnen ontwaren. Er was geen onderscheid tussen de vloerbedekking, van een soort donkerbruin zeil met oranje zeventiger jaren motieven, en het bureaublad. Het zeil liep door tot over het bureau. De man was lang, met een bruinzwart pak,  lang en streng. Langs de wanden van het piepkleine smalle kantoortje stonden zwarte (kunst)leren banken en stoelen met daarboven een “behangsel” van neervallende gordijnen, ook allemaal in donkere tinten. Met enkele paranimfen zaten wij aan de kant, langs de wanden, zwijgend. De man nodigde Lamko naar voren en zij stond voor het bureau als een klein meisje, redelijk bedremmeld tegenover de lange directeur, die nogal hoog zat. En Lamko vertelde als de beste, niks bedremmeld.
Aan de hand van enkele mooie, kleurrijke gelamineerde overzichtstekeningen van het schoolterrein, de school, het Centre Culturel  en de waterpomp. Eddy Medema, dankjewel, vooral voor de fantastische lay-out! En…de directeur glimlachte! En Lamko vertelde verder. De directeur glimlachte breder en deed zijn mond open. Woorden van bewondering, voor zover ik die kon verstaan. Woorden van dank omdat er al ruim veertig kinderen op school zijn, omdat het geld via giften en sponsoren binnenkomt. Omdat velen op die manier de Nzérérokéze gemeenschap ondersteunen en het onderwijs aan kansarme weeskinderen verder wordt gebracht. (Nota bene: voor 15 euro kan een kind naar school, krijgt het te eten, ontvangt het een uniform en verder alles wat er nodig is!)
Veel waardering werd uitgesproken voor de JDF en we werden verzekerd van de volledige medewerking om de school te ontwikkelen. Om met de woorden van Sjoerdtje te spreken: Les enfants de Guinee sont dans notre coeur!” We sloten af met een fotomoment op de trap en met het schudden van vele handen en het uitbrengen van allerlei dankbetuigingen. De knul met de cahiers was z’n heil elders gaan zoeken.



De Prefecture is een heel ander gebouw. Groot en groots met brede trappen en lichte kleuren. Tegenover een groot plein met daarop in het midden een groot en hoog monument, gelijkend op de olympische vuurschotel. Hier echte een schaal met colanoten, wat een bruidsgeschenk voorstelt. De Prefecture heeft ook een andere functie: het vormt een eigen bestuurslaag in Guinee, ongeveer vergelijkbaar met onze provincies. Guinee is opgedeeld in vier landsdelen, regionale gouvernementen genoemd. Het gouvernement Nzérékoré  is het meest zuidoostelijke deel van Guinee. De gouvernementen zijn opgedeeld in gemeenten en de gemeenten in wijken met hun wijkhoofden.  We werden op de trappen van de Prefecture opgewacht door enkele mensen en verder gebracht naar de kamer van de Prefect (zeg maar Commissaris van de Koning). In de hoek van de  enorme kamer een kleine zit met brede leren stoelen. De man kwam vriendelijk en verzekerd over. Er was meteen een goed gesprek, na weer inleidende en toelichtende woorden van Lamko aan de hand van de mooie presentatiebladen. Ook hier schudden wij vele handen en werden er vele dankbetuigingen uitgesproken. 



Vervolgens gingen we een stapje hoger in de landadministratie en kwamen we bij de Gouverneur van Nzérékoré. De Gouverneur was er niet, maar een gesprek met de plaatsvervangend gouverneur zat er wel in. Overigens een oom van Lamko. Je zult al wel begrepen hebben dat de familie Damey heel groot is en op meerdere plekken belangrijke functies bekleedt.
Uiteraard mooi meegenomen voor de JDF, voor de onderwijskundige ontwikkeling in de regio en de aandacht voor kansarme straat- en weeskinderen in Guinee.  We spraken vervolgens ook met de derde man in de hiërarchie van het gouvernement, een vriend en ‘broer’ van Lamko en Gerard.
En op alle kamers min of meer verschoten portretten van de huidige president, prof. Condé.



De JDFschool staat in Boma, een noordelijke buitenwijk van Nzérékoré, maar behoort tot de gemeente Samoe. Via een stoffige landweg, uiteraard zonder asfalt, belandden we in een nog stoffiger en heter gehucht. Pal naast een sportveld, dat het woord gras al lang niet meer kende, streken we neer in een soort derdehands bouwkeet, een tijdelijk onderkomen voor een in aanbouw zijnd gemeentehuis. Alles was vuil, versleten en smoezelig en vooral stoffig. Dat gold ook voor de burgemeester, op afstand achter het bureau, met achter zich allerlei bouwmateriaal en gereedschap en voor zich  een drietal leuningloze bankjes opgetrokken van kromgetrokken palmhout. Wij zaten in brede versleten fauteuils langs de wanden. En Jefson en Lamko voerden het woord. Dit keer heel beeldend omdat de mooie presentatie bij de gouverneur was achtergelaten. En tot slot weer de fotosessie op het terras en de trap. Tot slot brachten we nog een bezoek aan de belastinginspecteur, een belangrijk man als het gaat om financiële zaken. Een aardige man met uiteraard veel belangstelling voor geld, maar vooral ook begaan met het lot van kinderen en weeskinderen. Persoonlijk heeft hij de bouw van een school gefinancierd in een dorp nabij Nzérékoré. Wij gaan de school binnenkort nog bezoeken.
Allen die we bezochten, nodigde Lamko uit voor de “ingebruikstellingsceremonie”, komende zaterdag 15 februari 2020 op het schoolterrein. We willen daar een happening van maken met veel aandacht voor de omgeving, de instanties en de landelijke pers. Zo zal ook de RTG, de Radio en Teevee van Guinee aanwezig zijn voor opnamen. Het was een warme en benauwde dag  met temperaturen rond de 35 graden. Maar ’s avonds koelde het lekker af en deden we mee met een ‘dansavondje’ voor de buurkinderen. Zelfs een kleintje van twee jaar deed geweldig mee en liet de heupen al wiegen! Lamko vertelde en zong met de kinderen over Jezus. Sjoerdtje deelde hartsnoepjes uit. Lamko liet enkele kinderen twee aan twee een gebedje uitspreken. Overdag hadden wij veel meegemaakt, maar deze kinderavond was indrukwekkend!



zaterdag 15 februari 2020

Naar Liberia, woensdag 12 februari 2020


Elke dag gaat het wel over de JDF maar vandaag gaan we niet naar het schoolterrein. Er is meer dan JDF en zo is er ook het geboortedorp van Lamko in Liberia. Vorig jaar is zij er ook geweest, 30 jaar na de burgeroorlog en haar vlucht uit de leefgemeenschap. Vorig jaar was het bezoek heftig en emotioneel. Nu was het bezoek toch anders, heel ontspannen, ook voor Lamko.
Je rijdt Nzérékoré uit in oostelijke richting tot het dorpje Nzoa. Daar slaan we rechtsaf naar Yalenzou. Bij dit kruispunt bevindt zich een van de ziekenhuizen van en in de omgeving van Nzérékoré, het zogenaamde Amerikaanse Ziekenhuis, ongeveer twintig jaar gelden gesticht. Yalenzou is het laatste dorp voor de grens met Liberia. Een mooie omgeving met veel natuur, koffieplantages en rubberbomen. Ook veel onderbegroeiing waardoor het bos ondoordringbaar lijkt. Nabij Yalenzou ligt op een heuvel een ‘waterproject’ in uitvoering. Het project bestaat uit een waterpompstation dat het grondwater aan de oppervlakte brengt en naar Nzérékoré transporteert. Enkele wijken van Nzérékoré zijn voorzien van waterleiding. Men is bezig met de verdere uitbreiding van de voorzieningen. Overigens is in de wijk Nbanghana, met het huis van Gerard en Lamko, en in de wijk Boma, met de JDF-school, nog geen waterleiding. Waterputten zorgen voor de watervoorziening, voor wassen, douchen, enz. Dat water is niet geschikt als drinkwater voor ‘westerlingen’. Drinkwater is eigenlijk alleen maar flessenwater, dat overal te koop is.
 Bij de woning en bij de school is ook geen elektriciteitsvoorziening. Het gebruik van zonnepanelen is de aangewezen weg voor licht en elektriciteit. Overigens zijn er zo nu en dan in Nzérékoré wel uitbreidingsprojecten voor het uitbreiden van de elektriciteitsvoorziening voor woonwijken.
Net voorbij Yalenzou is over de weg een ketting gespannen, volgehangen met rode plastic zakken. Op z’n Guinees is dat een douanepost. Onze chauffeur Jefson (zwager en landelijk coördinator van het Croix Rouge / Rode Kruis) stapt uit, heeft een beminnelijk praatje met de dounanepolitie en nadat de ketting en de rode zakjes de stoffige, onverharde weg hebben beroerd, kunnen we dit obstakel vrij passeren. De grens is verderop. Eerst nog meer mooie natuur. In de verte doemt weer een ketting op, nu met afwisselend gele en witte plastic zakken. Een eventuele vergelijking met de landelijke drie- of veelkleuren is ver te zoeken. Jefson stalt de auto in de berm want verder, zo heeft Lamko al betoogd, gaan we te voet. Eerst volgt de Guinese serie plichtplegingen . We worden verwelkomd door twee groene militairen - met allerlei epauletten -  waarvan de ene de baas blijkt te zijn en de ander de onderbaas. De onderbaas is minder geëpauletteerd, mist enkele tanden en heeft de nationale taak om de ketting te bedienen. Lamko en Jefson stellen de militairen gerust dat het niet gaat om de volgende strategische stap in een koloniale machtsgreep en daarom mogen we met beide heren op de foto. Zo, deze plichtplegingen liepen voorspoedig.
We konden verder, want we waren nog niet óp de grens. De grens in dit deel van Afrika is natuurlijk, ofwel wordt gevormd door een rivier(tje). Op deze plek door de Mèi. De kloof tussen beide landen wordt niet alleen overbrugd door een zowaar echte Baileybrug (zo te zien zeker wel een 80 jaar oud exemplaar) maar ook door een soort van ‘Nauw van Calais’, waarbij aan de Guinese kant Frans en aan de Liberiaanse kant Engels gesproken wordt. Althans als men over die kennis beschikt. Meestal spreekt men de streektaal, het Mano. En zo geschiedde dat wij balancerend op losliggende planken en smalle gapende afgronden de onzichtbare streep passeerden en we op de verderop gelegen heuvel een anders gekleurde vlag ontwaarden, een aanwijzing voor het nabij zijn van een serie Liberiaanse plichtplegingen. En nu in het Engels. De Guinese onderbaas had ons veilig afgeleverd en mocht weer terug naar z'n eigen bovenbaas, de dag verder zittend doorbrengend want verder waren in geen velden of wegen andere grenspasseerders waar te nemen.
We schudden vele handen op de Liberiaanse grenspost en we maakten, uiteraard, veel foto’s van verschillende samenstellingen …. Want er waren ook veel fototoestellen. Het geboortedorp, zo’n 100 meter vanaf de landsgrens, Bololewee geheten, wat betekent ’Onder de bananenbladeren’, oogt als een vriendelijk dorp. Rustig, aardig, glooiend, kleine huizen tussen de rotsblokken, mooie mangobomen met dicht bladerdaken en veelkleurige bloementoortsen. En daar stond het geboortehuis van Lamko, eenvoudig, maar nog wel aanwezig. 



Iets hoger, meer huisjes van haar vader, zeker nodig voor zijn twintig vrouwen en vele, vele kinderen. De meesten wonen er niet meer. Vorig jaar had ze nog wel een neef ontmoet. We schoten veel kiekjes, bij het huis, onder de mangoboom, bij de school die na de burgeroorlog weer was opgebouwd, van een huis waarvoor een vrouw rijst stond te zeven en te verspreiden op grote doeken. Mooie momenten van herkenning, nostalgie, maar ook van pijn. De tijd van afscheid was aangebroken van de Liberiaanse grenspolitie en van de Guinese bazen, met wie Lamko en Sjoerdtje alsnog op de foto moesten.  Terug via het stoffige Yalenzou en even verderop langs een waterpoel waar tientallen vouwen en kinderen zich verzameld hadden. Horden kinderen waadden door en graaiden in het stinkende met modder vergeven water op zoek naar vis. En zo waar … we zagen er verscheidene. Ook een meisje dat een soort aalslang of slangaal om haar nek had gelegd. Enkele foto’s waard.



We arriveerden op het kruispunt bij het Amerikaanse ziekenhuis en brachten er op goed geluk een bezoek. We troffen enkele Nederlanders waaronder Arjo. Hij vertelde honderduit over zijn inbreng via Cama en leidde ons rond in de in aanbouw zijnde kraamkliniek. Een groot en mooi project. Binnenkort willen we hem een rondleiding geven op het terrein van de JDFschool.



Het water was inmiddels op en de kelen waren droog en dáarmee staken we nog aan bij een oom van Lamko. Deze oom, een broer van haar vader, inmiddels ergens in de negentig, is de godfather van de familie, naar wie alle familie en familietradities zich moeten richten. Zo ook Gerard en Jefson die nog steeds een ‘bruidsschat’ moeten afdragen. ‘Ha’, zei Gerard, ‘ik voel best wel wat hartkloppingen’. Zo, dat was een enerverend dagje op de grens van zeker drie beschavingen.

Het schoolterrein, dinsdag 11 februari 2020


De dag begint vroeg, met een zachte, nauwelijks voelbare motregen. Gerard en ik zijn van plan om het schoolterrein in te meten, zowel in oppervlakte als in hoogte. Dit is nodig om de precieze plek en de beschikbare ruimte van de gebouwen te bepalen. En om de omvang van het speelterrein te kunnen schatten. Het terrein loopt ruim 3 meter af, zodat er nogal wat grond verplaatst moet worden. Lamko ontfermt zich over  het toiletgebouw en de perikelen rond de citerne (de watertank die de toiletten van doorspoeling moet voorzien). Bovendien blijken de deuren van de wc niet goed te sluiten, daar moet ook het nodige voor geregeld worden. Sjoerdtje blijft thuis om een stukje over de kinderen van Guinee te schrijven.

De kinderen van Guinee
De kinderen van Guinee zijn bruin met prachtige bruine ogen die overal heen rollen. Het kroeshaar meestal in staartjes of vlechtjes. Een lange rok voor de meisjes met een T-shirt, de jongens een korte broek tot de knie. De grotere meisjes lopen al heel elegant in een Afrikaanse jurk: bovenstukje-schootje-gerende rok. Rits op de rug.
Speelgoed heb ik nog niet veel gezien. Soms ontwaar ik een brommer- of autoband waar een jongen of meisje achteraan loopt als een soort van hoepelspel. De meeste kinderen lopen langs de weg met iets op hun hoofd: water, bananen, hout en heel veel andere spullen. Om te verkopen of om op te halen voor hun ouders of pleegouders. Ze doen de was, de afwas en vegen de vloer. Vooral de kinderen in de stad moeten werken: spullen verkopen, auto’s wassen, en andere klussen.
Ze leren al jong voor zichzelf en hun kleine broertjes en zusjes  te zorgen. School? Wat is dat? Als je ouders net genoeg verdienen om je in leven te houden, is schoolgaan al helemaal een luxe!
Helaas bestaat in Guinee geen leerplicht. Het wetje van Van Houten is hier niet relevant.
Er bestaat heel veel niet in Guinee. Geen leerplicht, geen waterleiding, geen vuilnisophaaldienst, geen ziekenfonds, geen pensioen, geen AOW, geen…..ga zo maar door! Wat is er dan wel? Zwaar vervuild water, afvoergoten gevuld met plastic en andere viezigheid. Overal wordt afval neergegooid: op straat, in de tuinen, op de weg. Elke dag ruik ik verbrand vuil. Dat is de enige manier om van je afval af te komen. Verbrand plastic, rubber, en andere zeer vies geurende troep veroorzaken smog in de stad waar de kinderen leven. Er is ook geen riolering. Iedereen poept maar ergens, spoelt de hand met water, zoals bij ons in de middeleeuwen. Maar dit deert de kinderen van Guinee niet. Uit hun ogen straalt een levensvreugde en nieuwsgierigheid naar alles wat er om hen heen gebeurt. Ze zingen graag een liedje voor mij en met mij! Als wij bij villa Geenacker-Damey komen, stroomt de tuin altijd vol met kinderen die komen groeten, zingen dansen!




Tegen de middag zijn we weer thuis. En als het huis open is, trekt dat altijd meteen kinderen uit de buurt aan. Maar ook mensen uit de omgeving die Lamko en Gerard weer willen ontmoeten. Zo staat Alphonse met zijn vrouw en kind op de stoep. Alphonse Haba is de secretaris van het bestuur van de Jerome Damey Fondation Guinee. Hij krijgt ook een paar klompen aangeboden door Sjoerdtje.
’s Avonds komt er nog een ander bestuurslid, namelijk Ibrahima Kaba, de penningmeester.
Tussendoor eten wij rijst en salade heerlijk bereid door Vivianne. We gaan op bezoek bij Helene, een andere zus van Lamko.

donderdag 13 februari 2020

De kinderen op school! maandag 10 februari 2020

De school begint, gevuld met en klas met 37 kinderen in de tweede week van haar bestaan. En dat mogen wij meemaken! De allereerste schooldag van de JDFschool hingen wij nog met Air France boven Europa, Gibraltar en Afrika. Maar voor ons begint het nu echt! Twaalf bankjes met 37 kinderen in de leeftijd van twee tot 7/8 jaar.(laat Arie Slob dit niet lezen) Luisterend naar de juf, rechtop in de bankjes, de kleinsten hangend aan de tafel of tegen elkaar en vooral gespitst toen ij binnen kwamen. Een vrolijk en kleurrijk geheel: blauwe uniformpjes steken af tegen muren van rood baksteen en wit geschilderde voegen. Holland in Guinee! De juf zegde de kinderen voor, de kinderen herhalen. Enkele kinderen werden uitgekozen om om de beurt voor de klas een zinnetje te zeggen, de hele klas viel als een koor in. Het gaat over de vlag van Guinee, het tellen van 1 tot 20 en het alfabet. Het wordt even stil want we gaan de juf en de kinderen iets aanbieden: prachtige kleurrijke bekers, bakjes en bordjes om uit te eten. Ikea doet het ook goed in Guinee! Er zijn 6 verschillende kleuren, een mooie gelegenheid om hier meteen weer een lesje van te maken: welke kleur is…!



Er is een schilderijtje voor op de muur, een artistiek product van Jenneke Vonk. We zoeken hiervoor een plaatje op de muur. Een kort verhaaltje van Sjoerdtje namens JDF Nederland en wat hiep hiep hoera, van de kinderen. Om twee uur gaan de kinderen weer naar huis. Voor veel van deze kinderen is het dan geen speeltijd, maar moeten ze aan het werk voor de pleegouders. Het verschil voor deze kinderen is dat ze nu niet de hele dag hoeven te werken maar naar school kunnen gaan! Van 8 tot 2 is best een hele ruk voor kinderen die niet gewend zijn om naar school te kunnen gaan. Een kleintje ligt al op de grond te slapen. Lamko heeft een dekentje (van Air France) onder het kind gelegd.

Inmiddels heeft een heel comité van de omliggende wijk zich verzameld op de galerij voor de vier lokalen. Een wijkoudste overhandigt een welkomstgeschenk in de vorm van een schaal bananen aan Sjoerdtje. Dat gebeurde onder de hartelijke dank van Sjoerdtje , bijgestaan door Lamko, waar nodig.

Ondertussen gebeurt er van alles. Kinderen uit de buurt scharrelen rond, schoolkinderen, maar ook veel kinderen die nog niet naar school kunnen gaan, óf omdat er geen sponsorouders zijn óf omdat de ouders of pleegouders het niet nodig vinden. Lamko houdt tegen deze ouders vlammende betogen hoe belangrijk school is voor de toekomst van de kinderen! Het “vullen” van de klassen is nog helemaal in opbouw. Totaal zijn er op dit moment 42 kinderen ingeschreven en gesponsord.
Ondertussen gaan de bouwwerkzaamheden ook gewoon door, met name de toiletten worden geplaatst en de muur om het schoolterrein wordt afgemaakt. De werklui voornamelijk gekleed in overgebleven tenues van de Parenco uit Renkum, zijn druk bezig voor zover de warmte het toelaat. Het tempo is Afrikaans, de resultaten zijn goed zichtbaar! De onderste laag van de 4 lokalen zijn klaar; de bouw van de tweede laag begint als er voldoen aanmeldingen zijn van sponsoren. Totaal is er ruimte voor ongeveer twintig lokalen bij volle bezetting gaat het dan om veel kinderen. Het is de bedoeling dat er ook perspectief geboden wordt in de vorm van voortgezet onderwijs. Kinderen krijgen de gelegenheid een vak te leren, zodat ze later in staat zijn voor zichzelf en hun eventuele gezin te zorgen. De Jerome Damey foundation heeft plannen voor een “centre culturel”. Een gebouw van waaruit veel activiteiten gedaan kunnen worden zoals voorlichting vanuit het Rode Kruis, onderwijs aan volwassenen, maatschappelijk werk die de pleeggezinnen kan monitoren.
Ook komt er een appartementengebouw voor straat/weeskinderen die niet geschikt zijn om opgevangen te worden in pleeggezinnen. De voorkeur van de foundation gaat echter uit naar pleeggezinnen, mits de kinderen goed de gelegenheid krijgen zich te ontwikkelen.
Gerard en ik gaan de whiteboards verder ophangen, in ieder lokaal is nu een whiteboard. Sjoerdtje en Vivianne pakken heel veel materiaal uit wat is meegekomen. Sjoerdtje legt uit waar dit allemaal voor gebruikt kan worden. We beslissen dat we dit per thema aan de klas gaan aanbieden, anders is het veel te overweldigend voor de kinderen. We doen nog heel veel andere klusjes in en rond school.


De dag vliegt voorbij.

Zondag ‘Rust- en kerkdag’, 9 februari 2020

De vorige avond was het nodig om een dunne trui aan te trekken, toen we echter terug reden van de kerk was het in de auto 50 graden! Even los van dit Hollandse geneuzel beleefden wij een fantastische kerkdienst van de protestantse evangelische kerk van Guinee in de wijk Bethanië.
Een sjofele houten schuur, als tijdelijk onderkomen van een kerk in aanbouw. Er wordt dagelijks hard aan de nieuwe kerk gewerkt. Sjoerdtje en ik kregen een stoel aangeboden, vooraan in de kerk. Alle andere mensen zaten op een houten bankje zonder leuning. Voor hun is dat logisch, wij voelden behoorlijk wat schaamte. Buiten, onder een plaatstalen dakje, was de kinderkerk met een eigen programma. Af en toe hoorden wij de kinderen enthousiast zingen, zo door de dienst heen! Wij mochten luisteren naar een meisjeskoortje en enkele jongensstemmen met opzwepende en  harde stemmen. Lamko vertaalde onderdelen van de dienst voor ons. Het thema was: “Prier sans cesse” uit Thessalonicenzen 5:17.
Diverse mensen vertelde hun ervaringen, vooral over geven en ontvangen van financiële middelen. Lamko schreef onze namen op voor de oudsten van de gemeente, zo konden ze ons welkom heten. Maar dat was pas het begin! Een groepje vrouwen begon te zingen en te slaan op een soort bamboeachtige stok (bananenboomstokken?). Ze kwamen steeds dichter op ons af, al dansend en heupwiegend ( ik heb het niet alleen op de heupen..) Dit was een welkomsdans. Vervolgens kwam er een collecte…de vierde al die ochtend! Wij kregen nota bene geld overhandigd omdat we gasten waren, als teken van dankbaarheid. Met onze westerse brains vroegen wij ons af ’waarvoor dan?’  Is het zo bijzonder om mee te helpen aan de bouw van een school? Is het zo bijzonder dat er mensen uit Holland zijn gekomen? Ja dus, voor hen enorm belangrijk!
En dáárom is het voor ons ook héél belangrijk! Wees blij met de blijden! En na de dienst mochten we talloze handen schudden en wat napraten met de voorgangers. Dit vergeet je toch nooit weer?!
We kwamen weer thuis met de auto van Vivian, want de auto van Gerard en Lamko wilde vanochtend niet starten. Er bleek niet zoveel aan de hand te zijn, maar het is enorm hoe de auto’s te lijden hebben van dit klimaat en het voortdurende stuiven van zand, het optrekken van de auto’s, de richels, de rillen en de kuilen! We waren net thuis toen er aan de deur geklopt werd. Voordeurbellen heb ik nog niet gezien. Het bleek een predikant te zijn wiens vrouw enkele jaren geleden als één van de eerste vrouwen een microkrediet in ontvangst had genomen van de Jerome Damey Foundation. In een interview met Sjoerdtje vertelde hij  hoe zijn situatie door het microkrediet veranderd is. Gerard filmde en Lamko vertaalde wat de dominee vertelde. Ik keek toe en nam wat foto’s. Mensen, dit was een ontroerend moment. Wat de predikant ons vertelde, bracht ons vochtige ogen. Zittend in zijn driedelige pak (van ruim 40 jaar terug) met vest, helemaal deftig gekleed, vertelde hij dat ze van het geld een verkoop waren gestart van groenten en fruit en daarna waren overgegaan op het fokken van varkens. Nu is hij in staat om een motor te rijden en een mobieltje te hebben. Supernodig voor een pastor die overal en nergens zijn gemeenteleden heeft wonen. De motor is voor hem een groot geschenk, want zo kan hij het evangelie verder brengen, vertelde hij. Door een krediet van 200 euro is een leven totaal veranderd en zijn waarschijnlijk veel levens veranderd!! Hoe anders is het leven van een Nederlandse dominee in Arnhem!

Het is werkelijk bijzonder wat ons allemaal overkomt. De dominee is nog maar net weg, als er een sjofel geklede man met drie kinderen op de stoep staat. Een kruiwagen vol met bananen heeft hij voor zich uit gereden. Hij komt de bananen brengen uit  grote dankbaarheid! Lamko en Gerard weten dat hij heel erg arm is en dit grote cadeau eigenlijk helemaal niet kan geven. En toch gebeurt het! Omdat wij er zijn…onbegrijpelijk en toch zo mooi!
Zojuist liepen er weer een stuk of 15 kinderen over het erf. Sjoerdtje er als de kippen bij om met ze te zingen, allerlei (beweeg)liedjes zoals hoofd, schouders, knie en teen…





dinsdag 11 februari 2020

Installeren in Nzérékoré, 8 februari 2020

Vandaag is de dag om de spulletjes een plek te geven en allerlei klusjes te doen in het huis van Gerard en Lamko. ’s Ochtends meteen al stonden de timmerman en de loodgieter op de stoep om allerlei reparaties te doen. Vivian, de zus van Lamko, en Jefson, haar zwager stonden klaar om samen met Cecile (ja, ja ze is een prachtige dame geworden!) ons te helpen met allerlei zaken. De inwonende student/bewaker Immanuel was al druk in de weer om de auto’s te wassen. Dat was geen luxe want ze zagen er uit als rijdende zandbakken! ’s Middags bezochten we de nieuwe JDF-school in de wijk Boma. Eindelijk gingen we de school zien! Lamko en Gerard vonden het spannend omdat zij nog niet gezien hadden dat de lokalen afgewerkt waren. We waren allemaal enorm verrast door het mooie en kleurrijke resultaat: wat een gaaf gebouw! Sjoerdtje ontfermde zich meteen over de uit de buurt toegestroomde kinderen door te touwtjespringen, Hollandse liedjes aan te leren en zo een compleet koor tot leven te roepen. Gerard en ik gingen meteen aan de slag met het ophangen van de whiteboards, geassisteerd door een zeer behulpzame en humorvolle man uit de omgeving. Inmiddels was de inhoud van de Vito-bus geleegd en naar de lokalen gebracht. Leermiddelen, een kast, knutselspullen, boekjes etc. De middag vloog voorbij en opeens werd het schemerig toen we vertrokken. Tien minuten later, toen we thuis kwamen, was het al donker.
Vivian had al een lekkere maaltijd klaarstaan voor ons: rijst met een (redelijk scherpe) saus.
We raakten in gesprek over de plannen voor de volgende week, zoals de overhandiging van het materiaal aan de leerkrachten, het vertellen van een verhaal door Sjoerdtje met Lamko als vertaler.
Gerard en ik gaan ons bezig houden met het nameten van het terrein om een goede basis te hebben voor de terreininrichting en het nodige grondverzet. Allerlei ideeën vlogen over de tafel totdat de dag op was.